1 Het college kan aan het instemmingsbesluit nadere voorschriften of
beperkingen verbinden in het belang van
a de openbare orde.
b veiligheid, waaronder ook verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of
een goede doorstroming van het verkeer
c het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder ook
verstaan wordt de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van
groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijke aanzien
van de omgeving.
d de bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder ook wordt
verstaan het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en
gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van
nader aan te geven grote lokale evenementen als weekmarkten en
kermissen.
e de ondergrondse ordening, waaronder ook verstaan wordt het zo min
mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en
het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze
werken, waaronder ook verstaan worden werken ten behoeve van de
riolering en de levering of het transport van elektronische informatie,
gas, water en elektriciteit.
2 De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste lid,
kunnen slechts betrekking hebben op:
a het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg,
instandhouding, opruiming, onderhoud en verplaatsing van kabels en
leidingen.
b het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen,
die door derden of de gemeente Lochem tegen marktconforme prijzen ter
beschikking worden gesteld.
c een zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen die gesteld
zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het
instemmingsbesluit.
d afmetingen van kasten en andere toebehoren behorende bij het
netwerk.
3 De grondroerder informeert omwonenden ter plaatse van de uit te voeren
werkzaamheden zoals bedoeld in onderdeel t van artikel 1 minimaal drie
werkdagen voor de start van de werkzaamheden schriftelijk over aanvang,
duur, aard en plaats van de werkzaamheden.
4 De grondroerder meldt het werk via het genoemde systeem zoals bedoeld
in onderdeel u van artikel 1.
5 De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen moet
gebeuren conform in de gemeente van toepassing zijnde
uitvoeringsvoorschriften zoals bedoeld in onderdeel s van artikel 1. In
dat kader is het college ook bevoegd voorschriften te stellen op het
gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven. Bij
tegenstrijdigheden van de bepalingen van deze verordening en de
bepalingen uit de uitvoeringsvoorschriften, hebben de bepalingen van
deze verordening voorrang.
6 De grondroerder vergoedt aan de gemeente Lochem de schade
voortvloeiend uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot
vergoeding van de marktconforme kosten van de door de gemeente ter
beschikking gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme
kosten van onderhoud.
7 De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de
grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude
staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier zelf zorg voor te
willen dragen
8 Openbare gronden worden na beëindiging van de werkzaamheden in de oude
staat teruggebracht, tenzij burgemeester en wethouders anders hebben
besloten. in het geval van werkzaamheden voor de aanleg, instandhouding
en opruiming
9 Als een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere
bestrating, is hij verplicht de specifieke schade te herstellen ten
einde de situatie terug te brengen in de oude staat.
10 Het verkrijgen van een instemmingsbesluit laat onverlet dat in
voorkomende gevallen ook een omgevingsvergunning is vereist. Het college
draagt zorg voor een samenhangende behandeling van vergunning en
aanvraag voor een instemmingsbesluit.
11 Voor de afgifte van een instemmingsbesluit zijn leges verschuldigd
conform de Legesverordening van de gemeente Lochem
12 Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, dan wel een
door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een aanvraag
als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is er ook op gericht te bepalen of
en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van
bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
13 Als een grondroerder een marktconform aanbod wordt gedaan om gebruik
te maken van vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is een grondroerder verplicht
om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen
gebruik te maken.
14 Als de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe
kabels en leidingen, moet een grondroerder een alternatief tracé
kiezen.