1.Een grondroerder moet op verzoek van het college bij de aanleg van
kabels en leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik
maken van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of
in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen. Deze verplichting
geldt als dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering
vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid.
Hoofdstuk Twee
Artikel 9
(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg
Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren