1.Indien woonruimte te huur wordt aangeboden via een
aanbodinstrument wordt de volgorde waarin de woningzoekenden die op
het aanbod gereageerd hebben in aanmerking komen voor een
huisvestingsvergunning bepaald overeenkomstig het bepaalde in
artikel 2.4.6 tot en met 2.4.8.
2.Voor een huisvestingsvergunning komen achtereenvolgens de volgende
groepen woningzoekenden in aanmerking:
a.de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke passendheids-
en bindingscriteria;
b.de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke
passendheidscriteria;
c.de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke
bindingscriteria;
d.de overige woningzoekenden.
3.Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing als op de te
huur aangeboden woonruimte het in artikel 2.4.4, vierde lid,
opgenomen passendheidscriterium van toepassing is.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.4.6
Algemene volgordebepaling
Onderdeel van Huisvestingsverordening Diemen 2016