1.Het bepaalde in dit artikel is van toepassing als op te huur
aangeboden woonruimte het in artikel 2.4.4, vierde lid, opgenomen
passendheidscriterium van toepassing is.
2.Voor een huisvestingsvergunning komen achtereenvolgens de volgende
negen groepen woningzoekenden in aanmerking:
a.woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke bindingscriteria,
in het bezit zijn van een urgentieverklaring en wier huishouden mede
bestaat uit drie of meer inwonende kinderen jonger dan 18 jaar;
b.woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke bindingscriteria,
in het bezit zijn van een urgentieverklaring en wier huishouden mede
bestaat uit tenminste één inwonend kind jonger dan 18 jaar;
c.woningzoekenden in het bezit van een urgentieverklaring en wier
huishouden mede bestaat uit drie of meer inwonende kinderen jonger
dan 18 jaar;
d.woningzoekenden die in het bezit zijn van een urgentieverklaring
en wier huishouden mede bestaat uit tenminste één inwonend kind
jonger dan 18 jaar;
e.woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke bindingscriteria
en wier huishouden mede bestaat uit drie of meer inwonende kinderen
jonger dan 18 jaar;
f.woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke bindingscriteria
en wier huishouden mede bestaat uit tenminste één inwonend kind
jonger dan 18 jaar;
g.woningzoekenden wier huishouden mede bestaat uit drie of meer
inwonende kinderen jonger dan 18 jaar;
h.woningzoekenden wier huishouden mede bestaat uit tenminste één
inwonend kind jonger dan 18 jaar;
i.overige woningzoekenden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.4.6a
Bijzondere volgordebepaling
Onderdeel van Huisvestingsverordening Diemen 2016