**1..** Het vormen, wijzigen en opheffen van reserves is een bevoegdheid van de raad.
**2..** Voorzieningen hebben een verplichtend karakter en harde kaders. Deze moeten verplicht gevormd worden (artikel 44 BBV).
**3..** Voorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de actuele plannen.
**4..** Bij de reserves zijn de volgende functies te onderscheiden
- - Bestedingsfunctie: reserves die in het leven zijn geroepen voor een bepaald doel, hebben een bestedingsfunctie.
- - Bufferfunctie: er wordt een “spaarpot” gecreëerd om bestaande en toekomstige risico’s op te kunnen vangen.
- - Inkomensfunctie: er is sprake van een inkomensfunctie indien de rente-opbrengsten van de reserves worden aangewend als dekkingsmiddel voor de exploitatielasten.
**5..** Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:
- - het specifieke doel van de reserve;
- - de voeding van de reserve;
- - de maximale hoogte van de reserve;
- - de maximale looptijd.
**6..** Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
**7..** Voorzieningen hebben alleen een bufferfunctie.
**8..** Rentetoerekening reserves:
- - Bestedingsfunctie: inflatierente, tenzij de reserve ter dekking van de kapitaallasten is gevormd (rekenrente) of geen duidelijk doel is geformuleerd (geen rente).
- - Bufferfunctie: rekenrente
- - Inkomensfunctie: rekenrente
**9..** Aan voorzieningen wordt in principe geen rente toegevoegd. Uitzondering hierop vormt de dekkingsvoorziening riolering, hierop wordt conform het vastgestelde rioleringsplan wel rente bijgeschreven.