De raad stelt per programma de doelstellingen vast.
Per doelstelling worden het doel (Wat willen we bereiken?), de
activiteiten (Wat doen we hiervoor?), de randvoorwaarden (Wat zijn de
randvoorwaarden?), de prestatie-indicatoren (Wanneer zijn we tevreden?),
de verantwoordelijken (Wie is verantwoordelijk?) en de baten en lasten
(Wat mag het kosten?) in beeld gebracht.
De paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en
risicobeheersing, bedrijfsvoering, grondbeleid, onderhoud
kapitaal goederen, financiering en verbonden partijen worden
conform de eisen in het BBV (artikel 9 t/m 16 BBV) opgenomen.
Het overzicht baten en lasten en toelichting wordt opgesteld
conform de eisen in het BBV (artikel 17 t/m 19 BBV).
De financiële positie wordt opgenomen conform de eisen in het
BBV (artikel 20 en 21 BBV).
De raad stelt de begroting uiterlijk 13 november voor aanvang
van het begrotingsjaar vast. De jaarstukken worden uiterlijk 13
juli vastgesteld door de raad.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Inrichting begroting en jaarstukken
Onderdeel van Financiële verordening 2016