1.. Het college biedt jaarlijks een voorjaarsnota aan. Hierin wordt een actueel beeld geschetst van de (financiële) consequenties van het beleid voor de komende 4 jaar.

2.. De resultaten van de meicirculaire worden in de voorjaarsnota meegenomen.

3.. De raad behandelt de voorjaarsnota uiterlijk op 13 juli.

4.. Er wordt een post onvoorzien opgenomen van 0,15% van de omzet voor incidentele uitgaven en van 0,15% van de omzet voor structurele uitgaven.

5.. De algemene reserve (vrij aanwendbaar) bedraagt 5% van de omzet (totaal baten).

6.. Het prijsindexcijfer voor het komende begrotingsjaar wordt opgenomen.

7.. Overige uitgangspunten kunnen worden opgenomen.