**1..** De burgemeester trekt de exploitatievergunning in:
indien de leidinggevende als bedoeld in artikel 1, lid 4
onder 1 van de horecagelegenheid niet meer voldoet aan de
eisen die worden gesteld bij of krachtens artikel 8, eerste
lid, alsmede artikel 8, tweede lid van de Drank- en
Horecawet;
indien de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig
onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere
beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan
de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
er een persoon leidinggevende is geworden en deze niet op
grond van artikel 8 is gemeld;
het horecabedrijf is gewijzigd zonder voorafgaande melding
aan de burgemeester als bedoeld in artikel 7;
indien zich in of vanuit de horecagelegenheid feiten hebben
voorgedaan die de vrees wettigen, dat het geopend blijven
van de horecagelegenheid gevaar oplevert voor de openbare
orde, veiligheid of zedelijkheid en/of een bedreiging vormt
voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de
horecagelegenheid.
**2..** De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:
als op grond van een verandering van de omstandigheden of
inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning,
moet worden aangenomen, dat intrekking of wijziging wordt
gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
als de aan de vergunning verbonden voorschriften en
beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
als de houder dit verzoekt;
**3..** een vergunninghouder in een periode van twee jaar tenminste driemaal
op grond van artikel 8 om bijschrijving van een persoon op het
aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die
wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op
grond van artikel 8 lid 6.
**4..** er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in
artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
openbaar bestuur. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het
Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
bestuur, bedoeld in artikel 8 van voornoemde wet, om een advies als
bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.