Een klacht over een gedraging van de burgemeester als bestuursorgaan wordt behandeld en beslist door de loco-burgemeester en een lid van het college, met administratieve ondersteuning door de gemeentesecretaris. De loco-burgemeester draagt zorg voor de toepassing van hoor en wederhoor. De bepalingen van hoofdstuk 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.1.