Een klacht over een gedraging van de Raad wordt behandeld en beslist door de burgemeester en plv voorzitter van de Raad, met administratieve ondersteuning door de raadsgriffier. De burgemeester draagt zorg voor de toepassing van hoor en wederhoor.
De bepalingen van hoofdstuk 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.1.