**1..** Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18,
vierde lid, van de wet niet nakomt, bedraagt de maatregel 100
procent van de bijstandsnorm gedurende één maand. Indien de
belanghebbende verzoekt de maatregel over meerdere maanden toe te
passen is dit mogelijk mits hierbij in de maand van oplegging ten
minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend en de
rest over de twee volgende maanden.
**2..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
van een besluit waarmee een maatregel is toegepast vanwege een
gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de
Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare
gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet,
bedraagt de maatregel 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een
periode van twee maanden.
**3..** Als een belanghebbende zich na toepassing van het tweede lid van dit
artikel nogmaals binnen twaalf maanden na bekendmaking van dit
besluit schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in
artikel 18, vierde lid, van de wet bedraagt de maatregel 100 procent
van de bijstandsnorm gedurende een periode van drie maanden.
**4..** Als een belanghebbende zich na toepassing van het derde lid van dit
artikel nogmaals binnen twaalf maanden na bekendmaking van dit
besluit schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in
artikel 18, vierde lid, van de wet bedraagt de maatregel 100 procent
van de bijstandsnorm gedurende een periode van drie maanden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 8.
Duur maatregel bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet 2016