Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.2

Plakken en kladden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2.. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is: a.. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te brengen; b.. met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen. 3.. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4.. Het in het tweede lid, aanhef en sub a gestelde verbod, geldt niet voor het aanplakken op daartoe door de gemeente geplaatste publicatieborden. 5.. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage te geven.

Rechtspraak bij dit artikel