**1..** Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of
vermommingsmiddelen te vervoeren, bij zich te hebben of te
dragen.
**2..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien de
bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om
zicht onrechtmatig de toegang toe een gebouw of erf te
verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken,
diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken
van sporen, of herkenning bij het plegen van voornoemde
strafbare feiten te voorkomen.
**3..** Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
vergemakkelijken.
**4..** Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing
indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
bedoelde voorwerpen niet bestemd zijn voor de in dat lid
bedoelde handelingen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.3
Vervoer zaken met verboden handeling als kennelijk doel
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening