**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
**a..** houtopstand: hakhout, een houtwal, bos, bosplantsoen of één of
meer bomen;
**b..** hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld opnieuw op de
stronk uitlopen;
**c..** bos en bosplantsoen: houtopstand, bestaande uit hoofdzakelijk
bomen soms in combinatie met een onderbegroeiing van struiken en
kruiden met een oppervlakte van minimaal 150m2
**d..** dode bomen: bomen die medio juni geen of nauwelijks bladeren
hebben. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
van de houtopstand;
**e..** dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
houtopstand;
**f..** bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;
**g..** iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
Moreau);
**h..** iepenspintkever: het insect in elk ontwikkelingsstadium,
behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.), Scolytus
multistriatus (Marsh.) en Scolytus pygmaeus (F.);
bosplantsoen: aanplant van jong bos, hoofdzakelijk bestaande
uit heesters, struiken en jonge bomen met een oppervlakte van
minimaal 250m² en een breedte van minimaal 5 m.
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand
ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.4.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening