Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4

Artikel 4.4.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: a.. houtopstand: hakhout, een houtwal, bos, bosplantsoen of één of meer bomen; b.. hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen; c.. bos en bosplantsoen: houtopstand, bestaande uit hoofdzakelijk bomen soms in combinatie met een onderbegroeiing van struiken en kruiden met een oppervlakte van minimaal 150m2 d.. dode bomen: bomen die medio juni geen of nauwelijks bladeren hebben. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; e.. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; f.. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; g.. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); h.. iepenspintkever: het insect in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.), Scolytus multistriatus (Marsh.) en Scolytus pygmaeus (F.); bosplantsoen: aanplant van jong bos, hoofdzakelijk bestaande uit heesters, struiken en jonge bomen met een oppervlakte van minimaal 250m² en een breedte van minimaal 5 m. 2.. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel