**1..** Het bevoegd gezag kan aan de vergunning het voorschrift
verbinden, dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden
herplant. Daarbij kan tevens worden bepaald binnen welke termijn
na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
herbeplanting moet worden vervangen.
**2..** Indien herplant niet tot de mogelijkheden behoort, kan het
bevoegd gezag aan de vergunning het voorschrift verbinden, dat
een financiële compensatie moet worden betaald in het belang van
de instandhouding van het bomenbestand.
**3..** Het bevoegd gezag kan aan de kapvergunning ook het voorschrift
verbinden dat niet eerder wordt gerooid dan nadat de
omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvoor de
kapvergunning wordt aangevraagd, is verleend en er zes weken na
bekendmaking van de omgevingsvergunning zijn verstreken en er
gedurende die periode geen voorlopige voorziening bij de
voorzieningenrechter is aangevraagd ter schorsing van de
omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Indien er
gedurende deze periode van zes weken wel een verzoek om
voorlopige voorziening is aangevraagd dan mag pas van de
kapvergunning worden gebruik gemaakt nadat op het verzoek
negatief is beslist dan wel bij toewijzing van het verzoek, de
schorsing is beëindigd.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.4.4
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening