**1..** Wanneer houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
grond waarop zich de houtopstand bevond of aan degene die uit
anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen de grond opnieuw te beplanten. Deze
beplanting geschiedt overeenkomstig de door het bevoegd gezag te
geven aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen
termijn.
**2..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herplant en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden
vervangen.
**3..** Indien herplant niet tot de mogelijkheden behoort, kan het
bevoegd gezag van de zakelijk gerechtigde van de grond waarop
zich de houtopstand bevond dan wel van degene die uit andere
hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, een
financiële compensatie eisen, in het belang van de
instandhouding van het bomenbestand.
**4..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig
wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van
de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene
die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd
is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te
geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
weggenomen.
**5..** Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
tweede, derde of vierde lid is opgelegd, alsmede diens
rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.4.5
Herplant- en instandhoudingplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening