Naar hoofdinhoud
1.. De leden van het college van bestuur worden bij gelijkluidend besluit door de raden benoemd voor de periode gedurende welke hun aanstelling bij de rechtspersoon van kracht is. 2.. De leden van het college van bestuur zullen hun werkzaamheden voor de rechtspersoon verrichten op basis van een aanstelling, waarbij de aanstellingsvoorwaarden worden vastgesteld door de raad van toezicht. De uit de aanstellingsvoorwaarden voortvloeiende hoogte van de bezoldiging en kostenvergoedingen worden in de jaarrekening verantwoord. 3.. Benoeming van de leden van het college van bestuur geschiedt met inachtneming van een door het college van bestuur, na goedkeuring van de raad van toezicht en van de oudergeleding van de (G)MR, vastgestelde profielschets en selectieprocedure. In de profielschets worden de noodzakelijke competenties van het college van bestuur en de afzonderlijke leden van het college van bestuur beschreven. De profielschets en selectieprocedure - welke mede de procedureregels ten behoeve van de voordrachten zal bevatten - worden openbaar gemaakt en voorts ter kennisneming aan de raden en de (G)MR gezonden. 4.. De oudergeleding van de (G)MR wordt bij vacatures in het college van bestuur door de raad van toezicht uitgenodigd om ten aanzien van één zetel in het college van bestuur een bindende voordracht te doen voor de benoeming van een lid van het college van bestuur. De voordracht wordt opgemaakt overeenkomstig de profielschets en de selectieprocedure bedoeld in het voorgaande lid. De raad van toezicht zal de raden op de hoogte brengen van een voordracht welke door de oudergeleding van de (G)MR wordt gedaan. 5.. Voor de zetel in het college van bestuur waarvoor de oudergeleding van de (G)MR geen voordrachtsrecht heeft of ten aanzien waarvan de oudergeleding van de (G)MR een haar toekomend voordrachtsrecht niet heeft uitgeoefend binnen een door de raad van toezicht vastgestelde termijn, na daartoe te zijn uitgenodigd heeft de raad van toezicht een bindend voordrachtsrecht. Het laatst bedoelde en aldus benoemde lid van het college van bestuur wordt dan geacht te zijn benoemd op grond van het voordrachtsrecht van de oudergeleding van de (G)MR. Elke voordracht wordt opgemaakt overeenkomstig de in het vierde lid van dit artikel bedoelde profielschets en selectieprocedure. 6.. Elk lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De raad van toezicht neemt het besluit daartoe met algemene stemmen van alle in functie zijnde leden. De schorsing vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7.. De raden zijn - mits op voorstel van de raad van toezicht - te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan. Voorts zijn de raden, ongeacht het al dan niet aanwezig zijn van een voorstel daartoe van de raad van toezicht, bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan indien sprake is van ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in artikel 42a lid 8 van de Wet en alsdan zelf te voorzien in het bestuur van de rechtspersoon. 8.. Disfunctioneren of het niet voldoen aan de in artikel 12 genoemde eisen inzake belangenverstrengeling en onafhankelijkheid kunnen reden zijn voor schorsing en ontslag als bedoeld in de vorige twee leden van dit artikel. 9.. Een lid van het college van bestuur defungeert: door zijn overlijden; door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); door zijn ontslag verleend overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande leden, en; door het verstrijken van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde periode. 10.. In vacatures in het college van bestuur wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of van het enige (overgebleven) lid van het college van bestuur wordt het bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen zes weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de raden bij gelijkluidend besluit wordt aangewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel