**1..** Het college van bestuur is belast met het besturen van de rechtspersoon. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de rechtspersoon. Het college van bestuur zet zich in voor handhaving van het karakter van het openbaar onderwijs.
**2..** Het college van bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter. Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid met welke taak in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet.
**3..** Het college van bestuur is voorts belast met de aansturing van de schoolleiding en de taken en uitoefening van bevoegdheden welke de rechtspersoon als bevoegd gezag zijn toebedeeld.
**4..** Het college van bestuur legt voor de door hem uitgevoerde bestuurlijke taken en bevoegdheden verantwoording af aan de raad van toezicht en draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening aan de raad van toezicht, waarbij hij tenminste vier keer per jaar de raad van toezicht informeert over de algemene gang van zaken binnen de rechtspersoon. Het college van bestuur is gehouden terstond door de raad van toezicht gevraagde inlichtingen en gegevens te verstrekken.
**5..** Het college van bestuur maakt jaarlijks tijdig en, in overleg met de raad van toezicht en met inachtneming van het bepaalde in de Wet, een begroting en de jaarrekening op. Na goedkeuring door elk van de raden worden de begroting en de jaarrekening door het college van bestuur vastgesteld. De raden kunnen goedkeuring slechts onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, waaronder begrepen het financiële belang van de betrokken gemeente.
**6..** Het college van bestuur stelt, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht, eens in de vier jaar een schoolplan vast en formuleert concrete doelstellingen van de scholen die door de rechtspersoon in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt.
**7..** Na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht is het college van bestuur, behoudens beperkingen op grond van de Wet, bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de rechtspersoon zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan.
**8..** Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot:
het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;
de beëindiging van de aanstelling van een aanmerkelijk aantal personeelsleden tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek;
ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal personeelsleden aangesteld bij de rechtspersoon;
een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling;
het doen van een voorstel tot opheffing of afsplitsing van (een deel van) de door de rechtspersoon instandgehouden scholen;
het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de rechtspersoon of de in stand te houden scholen;
het vaststellen, wijzigen of intrekken van directiestatuten;
**9..** Tegen de achtergrond van de in het college van bestuur benodigde deskundigheid draagt ieder lid van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld.
Artikel 7.