In deze regeling wordt verstaan onder "bezoldiging":de bezoldiging bedoeld
in artikel 3:1, tweede lid, van deze regeling, zoals deze laatstelijk vóór
het ontslag aan de betrekking was verbonden, vermeerderd met de
vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3 van deze regeling, en de
eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 3:6.
Voor zover in de bezoldiging een bedrag moet worden begrepen wegens
de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van deze regeling, wordt dit
bedrag berekend naar het gemiddelde over de aan de dag van het
ontslagvoorafgaande twaalf volle kalendermaanden.
Indien in de bezoldiging anders dan wegens periodieke verhoging
wijziging zou zijn gekomen als de betrokkene de betrekking op die
bezoldiging zou zijn blijven vervullen, geldt met ingang van de dag
van in werking treden van die wijziging het gewijzigde bedrag als
bezoldiging.
Indien de bezoldiging wegens verminderde werkzaamheden voorafgaande
aan de opheffing van de betrekking lager was dan zonder verminderde
werkzaamheden het geval zou zijn geweest, kan de bezoldiging ten
gunste van betrokkene worden herzien.
briefnummer: ARZ/702674
Recht op wachtgeld
Hoofdstuk 10
Artikel 10:5
Artikel 10:5
Onderdeel van CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016 (hfdst. 10-22)