Naar hoofdinhoud

Artikel Opheffen van de geheimhouding

Artikel Opheffen van de geheimhouding

Onderdeel van Notitie Openbaar of geheim

De geheimhouding moet in acht worden genomen totdat het college c.q. de raad deze opheft (art. 25 lid 1 en art. 55 lid 1 Gemeentewet). Bij voorkeur bepaalt het college bij het opleggen van de geheimhouding tot wanneer deze duurt. Na het beslispunt/de beslispunten betreffende de oplegging van de geheimhouding wordt een van de volgende beslispunten opgenomen: De geheimhouding te laten voortduren tot <datum>; of De geheimhouding te laten voortduren tot <beschrijving van de situatie>; hier kan bijvoorbeeld komen te staan: publicatie heeft plaatsgevonden in de Staatscourant; de levering van de grond definitief is geworden door inschrijving van de notariële akte van levering in het kadaster; of De geheimhouding te laten voortduren tot het bevoegde orgaan deze opheft. Bij gebruik van de eerste twee varianten hoeft het college of de raad de geheimhouding niet actief op te heffen. Het college zal dit ook in geval van de derde variant niet doen. Omdat collegevoorstellen sowieso niet actief openbaar worden gemaakt, ligt het ook niet voor de hand dat de geheimhouding actief wordt opgeheven. Als er echter aanleiding toe is, bijvoorbeeld omdat er een Wob-verzoek wordt ingediend betreffende een geheim collegevoorstel of een bijlage daarbij, beoordeelt het college wél of de geheimhouding kan worden opgeheven. Dat doet het college aan de hand van een collegevoorstel tot opheffing van de geheimhouding. Ook de raad zal als daar aanleiding toe is, de geheimhouding opheffen (aan de hand van een raadsvoorstel). In elk geval inventariseert een bestuursadviseur samen met de griffie aan het eind van elk jaar op welke voorstellen (en bijbehorende stukken) nog geheimhouding ligt. Voor zover de geheimhouding kan worden opgeheven, besluit de raad daartoe middels een verzamelbesluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel