Naar hoofdinhoud

Deel II

Artikel 4.

Informatie

Onderdeel van Gedragscode Bestuurlijke Integriteit 2003

4.1. Een bestuurder/raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt/lidmaatschap beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie. 4.2. Een bestuurder/raadslid houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4.3. Een bestuurder/raadslid maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van zijn ambte/lidmaatschap verkregen informatie.

Rechtspraak bij dit artikel