Naar hoofdinhoud

Artikel 2.2

Kaders

Onderdeel van Beleidsplan Aanpak schulden MVS

De visie op schuldhulpverlening vormt, tezamen met de uitgangspunten voor de dienstverlening, de basis voor de kaders voor schuldhulpverlening. I Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Preventie is een belangrijke schakel bij het voorkomen van schuldenproblematiek. Het gaat dan om het voorkomen van schulden, het tijdig opsporen van schulden (vroegsignalering), het stabiel houden van situaties en het voorkomen van terugval in schulden (nazorg). De MVS gemeenten willen dat hun inwoners financieel sterk zijn en daardoor kunnen blijven participeren in de maatschappij. Het schuldhulpverleningsbeleid moet zoveel mogelijk een preventieve werking hebben.Preventie is het voorkomen dat er financiële problemen ontstaan door van te voren in actie te komen. Preventie kan echter ook worden ingezet om grotere financiële problemen of herhaling te voorkomen. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden (Nibud en NVVK). Effectief beleid voeren betekent ook dat we meer aandacht geven aan de nazorg om terugval te voorkomen van inwoners die een schuldhulpverleningstraject hebben afgerond. II Maatwerk Schuldhulpverlening moet er toe leiden dat burgers zo financieel vaardig en zelfstandig als mogelijk worden. Het treffen van een schuldregeling kan onderdeel zijn van het aanbod, maar is geen doel op zich. Het hoogst haalbare staat centraal en wordt bepaald door de mogelijkheden en inzet van de burger. Het is van belang dat de hulp aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de burger. Maatwerk is het zoeken naar passende mogelijkheden. Het is zinnig daarbij rekening te houden met het effect van schaarste, de eerder genoemde tunnelvisie. De mate van zelfredzaamheid van de burger wordt getoetst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de zelfredzaamheidmatrix (ZRM). Met dit instrument kunnen behandelaars in de (openbare) gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en gerelateerde werkvelden de mate van zelfredzaamheid van hun klanten eenvoudig en volledig beoordelen. De ZRM beslaat een aantal domeinen. Voor het domein financiën ziet de ZRM er als volgt uit: Domein 1 - acute problematiek 2 – niet zelfredzaam 3 – beperkt zelfredzaam 4 – voldoende zelfredzaam 5 – volledig zelfredzaam Financiën Geen inkomsten. Hoge, groeiende schulden. Onvoldoende inkomstenen/ofspontaan of ongepast uitgeven. Groeiende schulden. Komt met inkomsten aan basis behoeften tegemoet en/ofgepast uitgeven. Eventuele schulden zijn tenminste stabielen/ofbewindvoering / inkomensbeheer. Komt aan basisbehoeften tegemoet zonder uitkering. Beheert eventuele schulden zelfen deze verminderen. Inkomsten zijn ruim voldoende, goed financieel beheer. Heeft met inkomen mogelijkheid om te sparen. De volledige ZRM is opgenomen in bijlage 1. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid van de burger bekijken we wat iemand zelf kan en wat iemand kan organiseren vanuit het persoonlijk netwerk (familie, vrienden, etc., de nulde lijn). Voor redzame burgers, die in staat zijn om zelf een betalingsregeling met schuldeisers te treffen, zou bijvoorbeeld het doorverwijzen naar een zelfhulpwebsite[3] of vrijwilligersorganisatie voldoende kunnen zijn. Voor anderen kan het nodig zijn eerst ondersteuning te bieden die de “bandbreedte” vergroot of niet te zeer belast, zodat er meer ruimte beschikbaar komt om aan de gedragsverandering en een duurzame oplossing voor de schulden te werken. III Zelfredzaamheid/eigen verantwoordelijkheid De burger is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen schuldsituatie. We bieden ondersteuning maar nemen de verantwoordelijkheid voor de schuldsituatie en daarmee de verantwoordelijkheid dat er een oplossing komt niet over van de burger. Het gemeentelijk beleid richt zich op economische zelfstandigheid, ‘meedoen’ in de samenleving, versterking van eigen kennis en kracht van de burgers en op gedragsverandering. Dit uitgangspunt is richtinggevend bij ondersteuning, begeleiding en hulpverlening bij schulden. Schulden kunnen ervoor zorgen dat mensen in een isolement terechtkomen. Het gaat er om mensen sterker te maken. Dat betekent dat mensen met respect worden behandeld, niet blijvend afhankelijk worden gemaakt van hulpverlening, en dat zij worden ondersteund en geholpen met het doel ze in staat te stellen hun eigen budgetregie (weer) te voeren. Het betekent ook dat belemmeringen voor de weg naar werk en om te blijven werken of studeren worden weggenomen. Het uiteindelijke doel is niet het oplossen van de schulden, maar het zorgen dat de schulden geen belemmering vormen voor deelname aan de maatschappij. We lossen de problemen niet op, we bieden hulp. Zorgen “dat” in plaats van zorgen “voor”. IV Samenwerking Heeft de burger achterliggende problemen zoals een verslaving, of (ingrijpende) psychische problemen, dan is schuldhulpverlening vaak nog niet mogelijk. Stroomopwaarts MVS heeft dan vooral een verbindende rol. Schuldenproblematiek kan alleen aangepakt worden door een integrale benadering. Het integrale schuldhulpverleningsbeleid geven we vorm binnen het sociaal domein en in samenwerking met onze maatschappelijke partners. Dit zijn de afdelingen welzijn, RMO, de wijkteams, de maatschappelijke en vrijwilligersorganisaties in de 3 gemeenten, scholen, maar ook (lokale) bedrijven die in het kader van maatschappelijk betrokken ondernemen mee willen werken.Onze partners hebben veelal het contact met de kwetsbare doelgroep en weten wat er speelt. Door nauw samen te werken en onderling door te verwijzen ondersteunen onze activiteiten elkaar en vullen zij elkaar aan. [3] bijvoorbeeld www.zelfjeschuldenregelen.nl

Rechtspraak bij dit artikel