1.
Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden,
stelt het presidium de agenda van de vergadering
voorlopig vast.
2.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na
het verzenden van de schriftelijke oproep tot
uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
vergadering, dan wel de vrijdagochtend voor een
maandagvergadering een aanvullende agenda
opstellen. Deze wordt met de daarbijbehorende
stukken aan de leden van de raad verzonden en
openbaar gemaakt.
3.
Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de
agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad
of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling
van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen
of van de agenda afvoeren.
4.
Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor
de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij
het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan
het college nadere inlichtingen of advies
vragen.
5.
Op voorstel van een lid van de raad of van de
voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling
van de agendapunten wijzigen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.
Artikel 10.
Agenda
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad