1.
De voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen
uitgezonderd – zoveel mogelijk ten minste zeven
dagen voor een vergadering de leden van de raad
een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
tijdstip en plaats van de vergadering.
2.
De voorlopige agenda en de daarbij behorende
stukken, met uitzondering van de in artikel 25,
eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde
stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke
oproep aan de leden van de raad verzonden.
3.
Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld
als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden deze
agenda en de daarop vermelde voorstellen zo
spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor de
aanvang van een vergadering, dan wel de
vrijdagochtend voor een maandagvergadering aan de
leden van de raad gezonden.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.
Artikel 9.
Oproep
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad