1.
De raad kan op voorstel van de voorzitter of een
lid van de raad beslissen over één of meer
onderdelen van een onderwerp of voorstel
afzonderlijk te beraadslagen.
2.
Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
raad besluiten de beraadslaging voor een door hem
te bepalen tijd te schorsen teneinde het college
of de leden de gelegenheid te geven tot onderling
nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 27.
Beraadslaging
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad