1.
De raad kan bepalen dat anderen dan de in de
vergadering aanwezige leden van de raad, de
wethouders, de secretaris, de griffier en de
voorzitter mogen deelnemen aan de
beraadslaging.
2.
Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de
voorzitter of één der leden van de raad genomen
alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het
aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
genomen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 28.
Deelname aan de beraadslaging door anderen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad