Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Functies eigen vermogen.

Onderdeel van Nota Rentebeleid 2012

Het eigen vermogen van de gemeente kan de volgende functies vervullen: bestedingsfunctie: reserves kunnen worden gebruikt voor het doen van incidentele uitgaven; bufferfunctie: tegenvallers kunnen ermee worden opgevangen; inkomensfunctie: dividend en ontvangen of bespaarde rente op de reserves kunnen worden ingezet als (structureel) budgettair dekkingsmiddel; financieringsfunctie: eigen vermogen kan gebruikt worden voor de financiering van activa. Het aanwezige eigen vermogen van een publieke instelling heeft altijd een financieringsfunctie. Tevens vervult het één van de drie andere functies. In Ermelo wordt zowel eigen vermogen als vreemd vermogen gebruikt voor de financiering van activa. In het ombuigings- en bezuinigingstraject bij de Programmabegroting 2012-2015 is de bespaarde rente over reserves en voorzieningen afgeschaft en daarmee uit de begroting gehaald als dekkingsmiddel van de exploitatielasten. Dit heeft tot gevolg dat de reserves en voorzieningen in Ermelo ontdaan zijn van de inkomensfunctie. Deze nota beperkt zich tot de financieringsfunctie. De bestedings- en bufferfunctie zullen volgend jaar in de notitie reserves en voorzieningen behandeld worden. Dit betekent niet dat nu alle reserves zonder financieringsgevolgen vrij besteedbaar zijn. Bij de aanwending van de reserves en voorzieningen wijzigt de financieringsfunctie namelijk wel. De financieringsfunctie betreft de daadwerkelijke geldstromen van de gemeente. Het doen van uitgaven leidt direct tot een lagere renteopbrengst over het saldo op de bankrekening c.q. tot een rentelast indien er geen liquide middelen op de bank aanwezig zijn en er dus een geldlening moet worden aangetrokken. Indien een reserve of voorziening wordt ingezet voor de uitvoering van een taak of investering, leidt dit direct tot een betaling en dus tot een wijziging van de renteopbrengst c.q. rentelast. Dit budgettaire nadeel moet dan wel gedekt worden. De algemene reserve ‘Incidentele dekkingsmiddelen’ en de bestemmingsreserve ‘Vitaal Ermelo in ontwikkeling’ vormen hier een uitzondering op. Bij de vorming van deze reserves is besloten, dat deze reserves vrij aanwendbaar moeten zijn. Daarom is in de huidige begroting een structureel budget geraamd om een nadeel op de renteopbrengst c.q. rentelast op te kunnen vangen als beide reserves worden ingezet en dit concreet leidt tot het doen van een betaling. Aan voorzieningen, die gewaardeerd worden tegen contante waarde, wordt jaarlijks een toevoeging gedaan ter grootte van het rentedeel ten laste van de exploitatie. Voor de bepaling van deze rente wordt als uitgangspunt een rentepercentage gehanteerd, dat gelijk is aan het vastgestelde rentepercentage voor het aantrekken van gelden (zie hoofdstuk 4 rentevisie voor aan te trekken gelden). Voor getroffen verliesvoorzieningen van de grondexploitatie wordt echter het rekenrentepercentage grondexploitatie gehanteerd. De verliesvoorzieningen worden gebaseerd op de meest actuele exploitatieopzetten en zijn dus berekend tegen het in de exploitatieopzet gehanteerde rentepercentage. Het rentepercentage, dat in de exploitatieopzetten gebruikt wordt, is dan leidend.

Rechtspraak bij dit artikel