Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

- Werkwijze

Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie Wmo 2010

1.. Het college vraagt de Wmo-raad in ieder geval om advies bij de onderwerpen als bedoeld in artikel 3, eerste lid. 2.. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. 3.. In het geval het college afwijkt van het advies van de Wmo-raad wordt in de collegenota aangegeven op welke gronden van dit advies is afgeweken. 4.. Het college voorziet de Wmo-raad van informatie ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de Wmo-raad. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om te kunnen reageren op plannen voor het ontwikkelen en wijzigen van beleid. 5.. Tussen de portefeuillehouder Wmo en de Wmo-raad vindt minimaal vier keer per jaar overleg plaats, waarvoor beide partijen punten kunnen agenderen. 6.. De samenwerking tussen het college en de Wmo-raad wordt jaarlijks geëvalueerd door de Wmo-raad en door de Wmo-raad wordt een (inhoudelijk en financieel) jaarverslag opgesteld dat voor 1 april wordt aangeboden aan het college en daarna gepubliceerd. 7.. Indien er geen Wmo-raad meer functioneert binnen de gemeente zal het college de totstandkoming van de Wmo-raad actief bevorderen. 8.. De Wmo-raad streeft ernaar de doelgroepen die zij vertegenwoordigt regelmatig te raadplegen en bij haar werkzaamheden te betrekken. 9.. Tijdens de vergadering behandelde stukken in conceptvorm worden niet gedeeld met derden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel