1.. Het college benoemt de leden van de Wmo-raad.

2.. De Wmo-raad kent een minimum van 9 en een maximum van 13 leden.

3.. De Wmo-raad wijst uit haar midden een voorzitter, een vice-voorzitter/penningmeester en een secretaris aan.

4.. Bij de samenstelling van de Wmo-raad wordt gestreefd naar een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van alle in de Wmo genoemde doelgroepen in de negen Wmo-prestatievelden te weten:

  • - mensen met een verstandelijke beperking, verwanten en vertegenwoordigers van deze doelgroep;
  • - mensen met een lichamelijke beperking, verwanten en vertegenwoordigers van deze doelgroep;
  • - mensen met psychische of psychosociale problematiek, verwanten en vertegenwoordigers van deze doelgroep;
  • - ouderen;
  • - jongeren;
  • - mantelzorgers;
  • - vrijwilligers;
  • - dak- en thuislozen;
  • - Nederlanders met een niet-westerse achtergrond.

5.. Het college kan één of meer commissies instellen gericht op een specifieke doelgroep. De strekking van Artikel 4 is op deze commissies van toepassing.

6.. Leden van de Wmo-raad hebben een aantoonbare binding met de gemeente Beverwijk.

7.. Leden van de Wmo-raad mogen geen met hun lidmaatschap van de Wmo-raad onverenigbare functies vervullen.