De instelling die exploitatiesubsidie ontvangt is bevoegd een
egalisatiereserve op te bouwen tot een maximum van 15% van het
subsidiebedrag dat voor de desbetreffende instelling in het van
toepassing zijnde subsidieprogramma is opgenomen.
Indien de vastgestelde exploitatiesubsidie minder bedraagt dan
het in het subsidieprogramma voor de instelling gereserveerde
subsidiebedrag wordt het verschil aan deze instelling ter
beschikking gesteld ter toevoeging aan de egalisatiereserve,
voorzover het maximum reserveringsbedrag als genoemd in het
eerste lid van dit artikel hierdoor niet wordt
overschreden.
Indien de maximale egalisatiereserve, berekend volgens het
eerste lid van dit artikel, minder bedraagt dan € 3.000,00 wordt
als maximumreserve een bedrag van € 3.000,00 aangehouden.
Indien een in het subsidieprogramma opgenomen subsidiebedrag
voor een instelling lager is dan in het subsidieprogramma van
het voorgaande jaar zal de maximale reserveringsgrens niet
evenredig worden verlaagd, maar op het daaraan voorafgaande
niveau gehandhaafd blijven.
Het college kan afwijken van het in het eerste lid van dit
artikel genoemde percentage indien het bedrijfsrisico naar het
oordeel van het college hiertoe aanleiding geeft.
Bij het bepalen van de maximaal toegestane egalisatiereserve
zullen incidentele schenkingen - geen subsidie zijnde - buiten
beschouwing worden gelaten.
In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onderdelen
c, d, en e van de Awb, is de instelling ter zake van de
egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de
mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft
bijgedragen.
Ten aanzien van de bestemmingsreserve gelden de volgende
voorwaarden:
het vormen van een bestemmingsreserve is alleen
toegestaan met voorafgaande toestemming van het
college;
de hoogte van de bestemmingsreserve mag niet meer zijn
dan noodzakelijk is voor de realisering van de
doelen;
het doel van de bestemmingsreserve moet overeenkomen met
de doelstelling van de instelling of de realisatie
daarvan;
de rente van de gevormde bestemmingsreserve moet ten
goede komen aan de exploitatie van de instelling.