De subsidieontvanger dient vóór 1 april van het jaar na afloop
van het jaar waarvoor een budget- of exploitatiesubsidie is
verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij bij
de subsidieverlening een andere termijn is gesteld.
De subsidieontvanger dient binnen 12 weken na afloop van de
activiteiten waarvoor een eenmalige subsidie is verleend, een
aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij bij de
subsidieverlening een andere termijn is gesteld.
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
een door het bestuur gewaarmerkt verslag van de aard en
omvang van de gerealiseerde activiteiten, waarin een
vergelijking is opgenomen tussen de verrichte
activiteiten met de in het activiteitenplan voorgenomen
activiteiten;
een door het bestuur gewaarmerkte rekening van baten en
lasten en een balans met een toelichting.
Indien zulks naar oordeel van het college nodig is, kan een
verklaring van een registeraccountant dan wel van een
accountant-administratieconsulent gevraagd worden.
Het college kan vrijstelling verlenen van één of meer onderdelen
van het derde lid van dit artikel, indien naleving daarvan
redelijkerwijs niet verlangd kan worden of daarmee geen
aantoonbaar belang is gediend.
Hoofdstuk IV
Artikel 17.
Aanvraag tot subsidievaststelling
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel