Naar hoofdinhoud
1.. Naast de in de artikelen 3 tot en met 7, genoemde gevallen, kan het bestuursorgaan tot een Bibob-toets overgaan als: op grond van de indicatorenlijst (bijlage 1 behorende bij deze beleidsregels), of vanuit eigen informatie, of; vanuit informatie verkregen van het bureau, of: vanuit informatie verkregen van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC, of; vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet,er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. 2.. Naast de in het eerste lid genoemde gevallen kan een Bibob-toets plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het bureau blijkt, dat tegen de aanvrager van een beschikking, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het bureau. 3.. In afwijking van het gestelde in de artikelen 3 tot en met 7 en het gestelde in de leden 1 en 2 van dit artikel, wordt geen onderzoek uitgevoerd bij aanvragen die afkomstig zijn van: overheidsinstanties; semi-overheidsinstanties; onderwijsinstellingen; door de Minister voor Wonen en Rijksdienst conform Woningbesluit 1932 toegelaten (woning)bouwcorporaties; door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders bij besluit aangewezen aanvragers; aanvragers die recent (minder dan 6 maanden) een andere vergunning hebben aangevraagd waarbij informatie is aangeleverd, het opnieuw vragen van informatie vermoedelijk geen nieuwe informatie zal opleveren en de eerder verkregen informatie geen aanleiding gaf om een Bibob-toets uit te voeren (zie ook artikel 12 lid 4).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel