Naar hoofdinhoud
In de in deze beleidslijn bepaalde gevallen, zal betrokkene, gegadigde of onderaannemer, naast de gebruikelijke aanvraagformulieren, de Bibob-vragenformulieren dienen in te vullen en in te leveren bij het bestuursorgaan. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd, die in deze vragenformulieren zijn vermeld en/of bij de uitreiking van de formulieren door of namens het bestuursorgaan zijn genoemd. De Bibob-vragenformulieren bevatten in elk geval de in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde vragen en daarnaast aanvullende vragen die het bestuursorgaan zo goed mogelijk in staat stellen om het eigen onderzoek te kunnen verrichten. In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking, kunnen de Bibob-vragenformulieren onderdeel uitmaken van de aanvraag hiervoor. Alvorens het eigen onderzoek wordt gestart, zal een aanvraag eerst beoordeeld worden conform de bepalingen van de primair van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals de Algemene wet bestuursrecht, onderliggende regelgeving van de desbetreffende vergunning c.a., etc. Het daarop aansluitende eigen onderzoek bestaat uit een tweetal stappen: Stap 1 Het onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van: de door de betrokkene/gegadigde/onderaannemer/aanvrager/houder van de vergunning aangereikte informatie/documenten bij de Bibob-vragenformulier(en) (inclusief bijlagen) en de door hem/haar daarbij aangeleverde documenten; eventuele extra, op verzoek van het bevoegd gezag, door betrokkene//gegadigde/onderaannemer/aanvrager/houder overlegde documenten of informatie; open, half-open en gesloten bronnen onderzoek (zie bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel). De Bibob-gronden vormen een aanvulling op de reeds bestaande mogelijkheden. Het bevoegd gezag zal echter altijd eerst de bestaande weigerings-, uitsluitings-, beëindigings-, ontbindings- en intrekkingsgronden onderzoeken en, zo mogelijk, toepassen. Wanneer het Bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, wordt een aanvraag op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld. Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren leidt tot het buiten behandeling stellen van de nieuwe aanvraag dan wel de mogelijkheid tot het intrekken van de reeds verstrekte beschikking (zie artikel 4 juncto 3 van de wet). Bij de uitvoering van het eigen onderzoek kan de informatiepositie van bestuursorganen versterkt worden vanuit het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Ook kan de gemeente desgewenst gebruik maken van de expertise van het RIEC. Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de wet genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een 'ernstig gevaar' als bedoeld in de wet, kan het de aanvraag weigeren, respectievelijk de beschikking intrekken of beëindigen, de overeenkomst ontbinden of de gegadigde/onderaannemer van de gunning uit te sluiten. Stap 2 Aanvullend op de controle en analyse van de (extra) verstrekte informatie als hiervoor genoemd, kan een advies bij het Bureau worden gevraagd indien: na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van de betreffende activiteiten en/of onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd, na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en), na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten, de officier van justitie de gemeente de tip geeft om in een bepaalde zaak een bibob-advies aan te vragen. Een toetsing aan de wet met behulp van een advies van het Bureau geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bevoegd gezag eerst, zoals hierboven is uitgewerkt, gebruik moet maken van de eigen instrumenten. Voorts moet het vragen van een advies evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten. De adviesaanvraag bij het Bureau is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel is de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken. Bij een 'mindere mate van gevaar' dat de (aangevraagde) vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten en witwaspraktijken kan het bevoegd gezag extra voorwaarden aan de vergunning verbinden. Deze voorwaarden dienen bibob-gerelateerd te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel