Lid 1
De ambtenaar vermeldt bij zijn melding om deel te nemen aan de gemeentelijke levensloopregeling het gewenste bedrag van de inleg per jaar.
Lid 2
De ambtenaar kan eenmaal per jaar op een door het college aangewezen wijze en tijdstip de hoogte van de inleg wijzigen.
Lid 3
De inleg bestaat uit een of meerdere van de in artikel 6a:6 genoemde bronnen.