Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.2

Berekening vrij aanwendbare deel van de reserves

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen gemeente Ermelo 2013

Vanuit de raad is naar de relatie tussen de reserves en het weerstandsvermogen gevraagd alsmede welk bedrag nu feitelijk moet worden aangehouden in relatie tot het benodigd weerstandsvermogen. Om tot beantwoording van deze vraag te komen wordt kort samengevat eerst de reserve en voorzieningenpositie van Ermelo weergegeven. In dit overzicht is rekening gehouden met de voorstellen uit het vorige hoofdstuk. Totaal reserves en voorzieningen bedragen x € 1,00 2013 per 1-1 2014 per 1-1 2015 per 1-1 2016 per 1-1 2017 per 1-1 Algemene reserve 26.061.000 25.453.000 25.204.000 25.056.000 24.933.000 Bestemmingsreserves 23.073.000 22.558.000 22.122.000 21.667.000 21.622.000 Voorzieningen 9.450.000 9.570.000 10.417.000 11.445.000 12.481.000 Totaal 58.584.000 57.581.000 57.743.000 58.168.000 59.036.000 Tot 2017 is nog sprake van diverse toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve. Daarom wordt uitgegaan van de stand van de algemene reserve per 1-1-2017. Deze bedraagt € 24.933.000,00 en is vrij aanwendbaar. De bestemmingsreserves zijn geoormerkte gelden voor de aangegeven bestemmingen. De gemeenteraad kan in zijn besluitvorming de aanwending eventueel wijzigen voor een ander doel en daarmee zijn de bestemmingsreserves, op enkele uitzonderingen na, eveneens inzetbaar voor het weerstandvermogen. Voor wat betreft de voorzieningen geldt dat zij slechts aanwendbaar voor de doelen/taken waarvoor zij zijn gevormd. Het wijzigen van het doel bij voorzieningen is overigens niet toegestaan. Voor de bepaling van het weerstandvermogen spelen zij verder geen rol. In de nota “Weerstandvermogen en risicomanagement” is bepaald dat het bedrag dat als weerstandsvermogen moet worden aangehouden om mogelijke financiële risico’s in de toekomst op te kunnen vangen, zich bevindt op een niveau tussen de 1,0 en 1,4 maal de verwachte risico’s. Met dit gegeven is onderstaande berekening gemaakt. Daarnaast wordt uit voorzichtigheidsprincipe een ratio van 2,0 opgenomen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 7.3.2. Het begrotingstechnisch vrij beschikbare deel van de algemene reserve is als volgt te becijferen (met ratio 2,0 als voorbeeld): het maximum van de risico’s bedroeg in de begroting 2013 € 20.345.000,00 afgerond benodigde weerstandscapaciteit = € 6.050.000,00 bij zekerheidspercentage van 90% ratio weerstandsvermogen = 2,0 benodigd weerstandsvermogen is dan 2x € 6.050.000,00 = € 12.100.000,00 Daarmee is het begrotingstechnisch vrij beschikbare deel van de algemene reserve als volgt te becijferen: cijfers stand begroting 2013 bedragen x € 1,00 ratio totaal vast vrij beschikbaar deel algemene reserve Algemene reserve per 1-1- 2017 24.933.000 Ondergrens benodigd weerstandsvermogen 1,0 6.050.000 18.883.000 1,4 8.500.000 16.433.000 2,0 12.100.000 12.833.000 Bovengrens benodigd weerstandsvermogen = maximum van alle risico’s tezamen 20.345.000 4.588.000

Rechtspraak bij dit artikel