7.3.1 Veranderde functie reserves en voorzieningen in Ermelo
De rol van reserves en voorzieningen in Ermelo is de laatste jaren veranderd. Was het gebruikelijk om veelvuldig nieuwe reserves of voorzieningen naar behoefte in te stellen, tegenwoordig voert de gemeente Ermelo een terughoudend beleid.
Daarnaast zijn de reserves en voorzieningen een nog nadrukkelijker rol in de financiële positie van de gemeente gaan spelen. Dit komt naar voren in de paragrafen van de begroting en rekening, maar ook met betrekking tot het risicomanagement. Daarbij is de bufferfunctie in relatie tot het weerstandvermogen eveneens in belang toegenomen.
Ook de functie van de reserves is veranderd. Conform de nota “Rentebeleid 2012” hebben de reserves niet langer meer een inkomensfunctie in relatie tot de bespaarde rente. Ermelo rekent geen rente meer toe aan haar reserves om deze vervolgens als baten toe te rekenen aan de exploitatie. Dit maakt het eenvoudiger om middelen uit de algemene reserve in te zetten.
Tenslotte gaat de gemeente anders om met investeringen voor grote projecten en investeringen met maatschappelijk nut, waarbij reserves eventueel ingezet worden als dekking. Dit is verwoord in de nota “investeren ten laste van reserves” (zie bijlage 6 ).
7.3.2 Voorstel
Bij een beschikbaar weerstandsvermogen van € 20.345.000,00 zijn alle risico’s financieel afgedekt. Niet alle risico’s zullen zich echter gelijktijdig en in volle omvang voordoen. Bij de begroting 2013 is middels een risicosimulatie berekend dat een weerstandsvermogen van € 6.050.000,00 in principe voldoende is bij een ratio van 1,0.
Door nu een deel van de algemene reserve af te zonderen als een reserve weerstandsvermogen wordt bij calamiteiten voorkomen dat een beroep gedaan moet worden op de bestemmingsreserves en/of de onbenutte belastingcapaciteit.
Zoals hiervoor al aangegeven is de berekening van het weerstandsvermogen gebaseerd op de notitie ‘weerstandsvermogen en risicomanagement’. Deze notitie is op 8 maart 2008 door de raad vastgesteld. Dit betekent dat de notitie opgesteld is naar inzichten van vóór de huidige financiële en economische crisis.
Afgezet tegen de ruime reservepositie van de gemeente en het nog niet vrij besteedbaar zijn van de reserves was een ratio ‘Voldoende’ een veilige classificatie. De vraag, die nu voor ligt, is of dit ratio nog steeds verantwoord is?
Verwacht mag worden, dat de financiële en economische crisis nog jaren zal duren. Recentelijk werd in de media al gesproken over mogelijk een periode van 10 jaar. Duidelijk is dat van een structureel herstel nog lang geen sprake is. Daarnaast heeft het rijk de begroting nog niet op orde en zijn aanvullende bezuinigingen te verwachten. Hoe dit uit zal werken voor gemeenten is niet te becijferen. Voor de gemeente is in dat licht voorzichtigheid geboden.
Het vrij aanwendbare deel van de reserves wordt bepaald door het gekozen ratio. Hoe lager de ratio, hoe kleiner de manoeuvreerruimte van de gemeente bij calamiteiten en grote tegenvallers als de vrije reserves worden ingezet voor dekking van beleid.
Vanuit het voorzichtigheidsprincipe wordt nu voorgesteld het ratio weerstandsvermogen op te hogen naar de weerstandsklasse B ‘Ruim voldoende’ met als ratio 1,4 tot 2,0. Voor de berekening van de hoogte van het weerstandsvermogen wordt het ratio 2,0 aangehouden.
Uiteindelijk zullen niet alle risico's zich gelijktijdig en op korte termijn voor doen. Bij een ratio 2,0 is een weerstandsvermogen van € 12.100.000,00 aanwezig. Dit is voldoende om met een zekerheidspercentage van 90% de risico’s af te kunnen afdekken.
Ons voorstel betekent dat binnen de algemene reserve een bedrag van € 12.100.000,00 permanent aangehouden moet worden als weerstandsvermogen. Dit bedrag wordt bij de jaarrekening gecontroleerd en indien nodig in de daarop volgende kadernota bijgesteld. Wij stellen hierbij voor om een afwijking van maximaal € 500.000,00 naar boven en naar beneden te accepteren.
Hoewel in hoofdstuk 4 geopteerd wordt voor één algemene reserve, wordt thans voorgesteld om de algemene reserve te splitsen in twee algemene reserves:
een algemene reserve als reserve weerstandsvermogen;
en een algemene reserve vrij aanwendbaar.
Voordeel van deze wijze van werken is dat direct zichtbaar wordt welk deel van de algemene reserve beschikbaar moet blijven als weerstandsvermogen. Voorts behoeven de bestemmingsreserves niet langer indirect beschikbaar te blijven voor het op peil houden van het weerstandsvermogen. Tevens wordt voorkomen dat bij calamiteiten een beroep gedaan moet worden gedaan op de bestemmingsreserves en/of de onbenutte belastingcapaciteit.
De reserve weerstandvermogen wordt daarmee bepaald op € 12.100.000,00. Het restant van de algemene reserve van € 12.833.000,00 is dan begrotingstechnisch vrij aanwendbaar en behoeft niet te worden aangehouden voor het weerstandsvermogen.
Voor de volledigheid wordt er op gewezen dat het weerstandvermogen verder bestaat uit de weerstandscapaciteit van de exploitatie (voornamelijk een potentiële OZB verhoging) van € 720.000,00. Daarnaast is binnen de bestemmingsreserves € 17.800.000,00 theoretisch beschikbaar. Tenslotte kan ook de weerstandscapaciteit grondexploitatie ten bedrage van € 4.700.000,00 tot het weerstandvermogen worden gerekend. Het voorstel is dan ook meer dan voldoende om een toereikend weerstandsvermogen op te bouwen.
7.3.3 Gevolgen vermogen
Het bovenstaande voorstel heeft gevolgen voor de vermogenspositie van de gemeente. Deze vermogenspositie wordt vaak berekend aan de hand van de verhouding eigen en vreemd vermogen. Het eigen vermogen is het verschil tussen de activa en het vreemd vermogen. Het vreemd vermogen bestaat uit vaste en vlottende schulden, voorzieningen en overlopende passiva. Reserves behoren tot het eigen vermogen.
x € 1 mln.
balanssaldi
per 31-12-2011
voor herijking per 01-01-2012
na herijking per 01-01-2013
na herijking per 01-01-2017
na aftrek vrije deel algemene reserve
EV
55,1
49,2
49,2
46,6
30,2
VV
26,2
27,8
27,8
30,8
30,8
Verhouding EV/VV
2,1 : 1
1,8 : 1
1,8 : 1
1,5 : 1
1 : 1
De verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen is in Ermelo gunstig. Zij bedraagt 2:1 per 31 december 2011 en neemt de komende jaren iets af tot 1,5 : 1. De herijking van de reserves en voorzieningen heeft weinig invloed op dit percentage. Bij een volledige inzet van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve wijzigt de verhouding wel, maar blijft nog steeds gunstig.
Dit beeld wordt bevestigd met enkele cijfers van de provincie Gelderland. Uitgedrukt in een bedrag per inwoner bedraagt het eigen vermogen van de gemeente Ermelo € 2.186,00. Het gemiddelde van de provincie Gelderland bedraagt € 1.421,00 4 bron: Statline gemeentelijke balansgegevens rekening 2011. De vermogenspositie van Ermelo is dus beduidend beter dan gemiddeld.
In 2011 heeft de accountant een zogenaamde stresstest uitgevoerd waarbij aan de hand van 15 indicatoren onderzoek werd gedaan naar de financiële positie van de gemeente. De conclusie van dit onderzoek was o.a.:
ten aanzien van het weerstandsvermogen scoort de gemeente zeer gunstig. In de methodiek die de gemeente zelf ook hanteert voor het berekenen van het weerstandsvermogen, werd Ermelo in de categorie 'zeer gunstig' gekwalificeerd.
ten aanzien van de reservepositie, mede ten opzichte van vaste activa concludeerde Deloitte dat de reservepositie van Ermelo in het balansbeeld gunstig is. 70% van het vermogen betreft eigen vermogen. De omvang van de reserves fors is gestegen, met name door gerealiseerde winsten binnen de grondexploitaties en de verkoop van de aandelen NUON.
Ook dit onderzoek staat het hiervoor genoemde voorstel niet in de weg.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.3
Voorstel vrij aanwendbaar deel algemene reserve
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen gemeente Ermelo 2013