Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugd

In de wet staan de voorwaarden waaronder een PGB wordt verstrekt (zie hoofdstuk wettelijk kader). In de paragraaf worden deze voorwaarden verder uitgewerkt. Wmo/Jeugd 1. Bekwaamheid van cliënt Wat hieronder wordt aangegeven voor cliënt geldt in dezelfde mate voor iemand die namens de cliënt de verantwoordelijkheden rond het PGB overneemt. Bij jongeren onder 16 jaar gaat het niet om de bekwaamheid van de jongere zelf maar van zijn ouders/gezagsdragers (dan wel één van hen). Jongeren tussen 16 en 18 jaar kunnen in sommige gevallen zelf een contract aangaan. Een cliënt moet inzicht hebben in welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat is. Hij moet dit in het maatwerkgesprek kunnen aangeven. Daarnaast is hij (of met hulp uit zijn eigen netwerk) in staat een hulpverlener/aanbieder te selecteren die aan zijn ondersteuningsvraag voldoet en kan hij met deze hulpverlener/aanbieder een contract aangaan. Ook moet hij in staat zijn hulpverlener(s) aan te sturen en een juiste administratie kunnen bijhouden. Bewustzijn van de verantwoordelijkheden van een PGB kan blijken als de cliënt of ouders /gezagsdragers van een kind met een zwaardere hulpvraag meerdere hulpverleners inhuren. Dit vergt het organiseren van een team. Daarnaast moeten zij zo nodig vanwege de kwetsbaarheid van de ondersteuning tijdens ziekte en verlof van de ondersteuner(s) achtervang regelen. Dit brengt met zich mee dat zij in staat moeten zijn dit te organiseren. Bij lichtere hulpvragen speelt dit minder. Verder is van belang dat een PGB-houder die voor 4 dagen of meer per week ondersteuning krijgt werkgever wordt, met de werkgeversplichten die hierbij horen. Denk hierbij onder meer aan het overeenkomen van een redelijk uurloon, het doorbetalen van loon bij ziekte en het hanteren van een redelijke opzegtermijn. Mocht hierover toch gemotiveerde twijfel zijn of iemand in staat is zijn eigen belangen te vertegenwoordigen dan kan gevraagd worden de zelftest PGB van Per Saldo in te vullen. Het PGB kan op grond van overwegende bezwaren worden geweigerd als: als cliënt een zeer progressieve ziekte heeft, waardoor hij in de loop der tijd zijn verantwoordelijkheden niet meer aan kan, tenzij iemand uit zijn netwerk de verantwoordelijkheden kan overnemen; er eerder misbruik gemaakt is van het PGB; eerder sprake is geweest van fraude. Er kunnen andere situaties zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. Is het college onvoldoende overtuigd dat iemand in staat is zijn eigen belangen te behartigen en er is niet iemand in zijn omgeving die dit over kan nemen, dan mag het college het verzoek om een PGB weigeren. Dit wordt in de beschikking onderbouwd. 2. Keuze PGB Bij de tweede voorwaarde is het standpunt van de cliënt of zijn ouders/gezagsdragers relevant. Als uit het standpunt van de cliënt blijkt dat hij de maatwerkvoorziening als PGB wenst te krijgen, of voor zover het een PGB op grond van de Jeugdwet betreft, afdoende kan motiveren waarom hij de voorkeur geeft aan een PGB, voldoet de cliënt aan deze voorwaarde en kan een PGB worden toegekend. Het gaat om de keuze van cliënt en niet van de in te huren ondersteuner. Wel kan iemand uit zijn eigen sociale netwerk of onafhankelijke cliëntondersteuning hierbij ondersteunen. Beiden mogen zich niet laten betalen als belangbehartiger vanuit het PGB. Dit is in de verordening uitgesloten. Verder mag iemand niet gedwongen worden om zijn mantelzorger, als deze een uitkering ontvangt, met een PGB in te huren. Het moet in alle gevallen om een bewuste keuze van de zorgvrager gaan. 3. Kwaliteitseisen professionele ondersteuning Een derde voorwaarde om voor een PGB in aanmerking te komen is dat de ondersteuning die de cliënt wil inkopen van goede kwaliteit is. De ingekochte ondersteuning moet veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Als de gemeente van oordeel is dat de ondersteuning van onvoldoende kwaliteit is dan mag de gemeente het verzoek om een PGB weigeren. Niet gecontracteerde aanbieders kunnen getoetst worden op de kwaliteit door een onafhankelijke toezichthouder. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende instrumenten: Toetsingskader Kwaliteitstoezicht Wmo van de GGD en GHOR Nederland. Handhavingsprotocol (in ontwikkeling) van de gemeente Ede Kwaliteitseisen die gelden voor de ondersteuning in natura kunnen niet zonder meer op het PGB worden toegepast. Het gaat erom dat de ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het is bedoeld. Individueel maatwerk staat voorop. Hieronder staan enkele aspecten die een rol spelen bij bovenstaande beoordeling van de kwaliteit. Afgestemd op de behoefte van de cliënt De ondersteuning moet leiden tot of een bijdrage leveren aan wat voor de cliënt noodzakelijk is. Ook moet de cliënt de juiste hoeveelheid ondersteuning inkopen (dat wil zeggen, niet teveel wat de zelfredzaamheid beperkt en niet te weinig waardoor de situatie niet verbetert). De ondersteuning moet aanwezig zijn op de momenten dat deze nodig is, eventueel ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Ook moet de ingekochte ondersteuning, indien relevant, het systeem rondom de cliënt ondersteunen en rekening houden met de belangen van de overige gezinsleden en/of mantelzorgers en aansluiten bij andere zorg en ondersteuning in het gezin. De ingekochte ondersteuner moet beschikken over de benodigde competenties en vaardigheden Het gaat hierbij om of iemand de juiste competenties inkoopt zodat hij het te bereiken resultaat kan behalen. Een ondersteuner moet kennis van de mogelijkheden en beperkingen van cliënt hebben en beschikken over de juiste professionele kwalificaties. Deze kwalificaties kunnen blijken uit scholing en ervaring van de ondersteuner. De budgethouder (of iemand namens hem) moet dit aannemelijk maken. Als er ondersteuning van een professionele organisatie wordt ingekocht, dan kan de professionaliteit bijvoorbeeld blijken uit het lidmaatschap bij een koepelorganisatie. Helder moet zijn dat het gaat om een organisatie die zich houdt aan de wettelijke bepalingen en Cao voorschriften. Een zelfstandige professional die wordt ingehuurd moet ingeschreven staan bij de kamer van koophandel, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en eventueel lid zijn van een beroepsvereniging (i.v.m. klachtenregeling). Naar soort ondersteuning kan nog het volgende worden aangegeven: Hulp bij huishouden Bij inhuur van hulp bij huishouden 2 moet de ondersteuner de cliënt kunnen stimuleren en motiveren, zelfstandig met het huishouden kunnen omgaan en specifieke deskundigheid hebben op het gebied van de beperkingen van de cliënt. De continuïteit van ondersteuning speelt een rol en is voor hulp bij huishouden 2 belangrijker dan voor hulp bij huishouden 1. Begeleiding De ondersteuner werkt zoveel mogelijk aan verbetering van de zelfredzaamheid en/of participatie van cliënt. Ideaal is dat een ondersteuner zichzelf overbodig maakt. In andere gevallen is het behoud van de situatie of voorkomen van recidive het hoogst haalbare. Hulpmiddelen Het uitgangspunt is dat de hulpmiddelen die iemand inkoopt een CE-markering hebben. Het hulpmiddel voldoet aan een pakket van eisen dat door de gemeente is opgesteld of bevestigd. Verder is van belang dat de cliënt met de voorziening kan omgaan en deze kan besturen. Zo nodig ondergaat de cliënt een keuring van Emcart. Ook hier moet de voorziening geschikt zijn voor het resultaat (afgestemd op de behoefte van cliënt). Bijvoorbeeld een scootmobiel moet de gewenste afstanden kunnen bereiken. Woonvoorzieningen in het algemeen Een woonvoorziening die wordt ingekocht moet minimaal zijn voorzien van het CE-keurmerk (indien van toepassing). De voorziening moet binnen 15 maanden na toekenningsdatum zijn aangeschaft. Onroerende woonvoorzieningen Met de voorziening die de cliënt wil inzetten moet het resultaat gehaald kunnen worden. Hiervoor kan een programma van eisen worden opgesteld door de gemeente, waaraan de ondersteuning moet voldoen. Als iemand met een PGB een onroerende woonvoorziening realiseert moet deze voldoen aan het Bouwbesluit. Verder moet deze voldoen aan bouwtechnische en bouwkundige eisen, welke beoordeeld dienen te worden door de bouwkundige van de gemeente Ede. Daarnaast gelden alle wettelijke eisen en verordeningen en de NEN-normen (zie www.nen.nl). Kwaliteit van onroerende woonvoorzieningen houdt ook in dat gebruik wordt gemaakt van materialen die duurzaam zijn en zoveel mogelijk onderhoudsvrij, en die zijn aan te merken als adequaat goedkoopst. Dit ter beoordeling van de bouwkundige van de gemeente Ede. Traplift Voor een traplift gelden eisen waaraan de ingekochte traplift moet voldoen (deze zijn o.a. terug te vinden via handicare-trapliften.nl) . Autoaanpassingen Een autoaanpassing moet minimaal 7 jaar meegaan. Dit betekent dat de betreffende aanpassing van voldoende kwaliteit is. Daarnaast moet de auto ook nog zeker 7 jaar meegaan tenzij de aanpassing kan worden overgezet naar een volgende auto. Dit ter beoordeling van het bedrijf dat de aanpassing verzorgt.

Rechtspraak bij dit artikel