Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 12

Overschotten, tekorten en vermogensvorming

Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2008

1. Het college kan regels stellen over de vorming van een egalisatiereserve, de maximale omvang en het maximum van de hieraan periodiek toe te voegen bedragen. 2. Het periodiek aan de egalisatiereserve toe te voegen bedrag bedraagt in ieder geval niet meer dan tien procent van het verleende subsidiebedrag. 3. In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb, is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd. 4. De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee subsidiëring door de gemeente heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. 5. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. Indien het onroerend goed betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen. 6. Indien de activiteiten van de subsidieontvanger met toestemming van het college door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die ander in eigendom worden overgedragen, is de subsidieontvanger ter zake in afwijking van het vierde lid geen vergoeding verschuldigd. 7. Als de egalisatiereserve hoger is dan het bepaalde in het eerste of tweede lid brengt het college het meerdere in mindering op de subsidie voor de volgende periode 8. Het college kan afwijken van het bepaalde in het zevende lid, als het in overleg met de subsidieontvanger een besteding overeenkomt die past binnen de subsidiabele activiteiten of producten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel