Bij de uitvoering van de Participatiewet (PW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) ontstaan vorderingen op (voormalig) uitkeringsgerechtigden en derden. Zo wordt de onjuiste of ten onrechte verstrekte uitkering teruggevorderd of worden de kosten van uitkeringen verhaald op de onderhoudsplichtige en/of de nalatenschap. Ook ontstaan vorderingen vanwege het opleggen van bestuurlijke boeten. Omdat ook onderdelen van de Wet Inburgering (handhaving) en de Wet Kinderopvang (betaalbaarstelling) worden uitgevoerd, kunnen ook vorderingen ontstaan op die twee werkterreinen.
Omdat de ontvangsten uit inning van deze vorderingen volledig toekomen aan de gemeenten en de uitvoering van het debiteurenbeleid mee wordt gewogen door de overheid bij de vaststelling van de toe te kennen bijstandsbudgetten, is het van belang de incasso van de vorderingen adequaat en efficiënt uit te voeren.
Daarnaast is het voor de burgers van belang te weten hoe het debiteurenbeleid eruit ziet, aangezien zij hier rechten aan kunnen ontlenen, maar hierdoor ook weten wat hun plichten zijn. Met andere woorden: men weet waar men aan toe is.
Als laatste zullen de bezwarencommissies en de rechters de genomen besluiten niet alleen toetsen aan wet- en regelgeving, maar ook aan het vastgestelde beleid.
Artikel 3.1
Inleiding
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit hoogwaardig handhaven en debiteuren Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.