Vorderingen voortvloeiend uit de werkzaamheden kunnen dan ook als volgt worden gerangschikt:
Vorderingen in verband met Terugvordering;
Vorderingen in verband met Verhaal op derden;
Vorderingen in verband met opgelegde Boeten;
Vorderingen in verband met de handhaving van de Inburgeringsplicht en
Vorderingen in verband met Kinderopvang.
In Hoofdstuk 4 (titel 4.4.) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een algemene regeling opgenomen met betrekking tot bestuursrechtelijke geldschulden. De regeling is niet alleen van toepassing op vorderingen die de overheid op de burger heeft, maar geldt ook voor vorderingen van de burger op de overheid. Er staan bepalingen over:
de vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling;
verzuim om te betalen en wettelijke rente;
verjaring van vorderingen en
aanmaning en invordering bij dwangbevel.
Naast deze wettelijke bepalingen kenmerkt het debiteurenbeleid van Maastricht-Heuvelland zich als volgt:
Doeltreffend: de schuld moet binnen een redelijke termijn volledig te worden terugbetaald.
Sociaal: Maastricht-Heuvelland onderscheidt zich van reguliere incassobureaus door niet ongenuanceerd het ‘onderste uit de kan te halen’.
Stimulerend: voor de debiteur moet het aantrekkelijk zijn om vrijwillig een regeling aan te gaan zodat niet tot verplichte invordering (excutie) behoeft te worden overgegaan.
Uitvoerbaar: voor de uitvoering moet de regeling inzichtelijk zijn en niet te bewerkelijk.
Uniform: er dient een duidelijke lijn te worden getrokken voor de regio Maastricht-Heuvelland.
Individualiserend: de sociale en financiële omstandigheden moeten worden meegewogen bij het nemen van het (in)vorderingsbesluit, het bepalen van de hoogte en wijze van aflossing. Deze omstandigheden kunnen ‑ afhankelijk ook van de ernst van de feiten ‑ ertoe leiden dat niet de gehele voor beslag beschikbare ruimte wordt meegenomen (maatwerk).
Gezien het vorenstaande resulteert het beleid in een aantal uitgangspunten:
alle (terug)vorderingen dienen te worden (terug)betaald;
de aflossing van meerdere vorderingen geschiedt in principe tegelijkertijd, ieder voor eenzelfde deel;
de debiteur wordt in principe in de gelegenheid gesteld een betalingsregeling te treffen;
bij het treffen van een betalingsregeling wordt in beginsel rekening gehouden met het inkomen van de debiteur ;
wettelijke rente en invorderingskosten als gevolg van het in verzuim zijn van de debiteur worden in rekening gebracht vanaf het moment dat wordt overgegaan tot invordering via de deurwaarder;
de specifieke beschrijving van deze uitgangspunten, de manier hoe deze worden ingezet en door wie, wordt door de directie vastgelegd in een nader op te stellen uitvoeringsnotitie.
In de volgende paragrafen wordt het gehanteerde beleid per soort vordering uitgediept.
Artikel 3.2
Algemeen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit hoogwaardig handhaven en debiteuren Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.