Binnen de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd in de artikelen 14 en 15;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen- principe);
de uitvoering en de controle gebeuren door afzonderlijke functionarissen;
de uitvoering en de registratie in de financiële administratie gebeuren door afzonderlijke functionarissen.