Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Belangenverstrengeling (bestuurders, familieleden en vrienden)

Onderdeel van Gedragscode bestuurlijke integriteit 2009

7.1. Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. 7.2. Als vrienden of familieleden van een bestuurder of bedrijven waarin familie of vrienden werkzaam zijn opdrachten voor de gemeente vervullen of gaan vervullen, meldt de bestuurder dit bij het college of de raad. 7.3. Onderhandelingen met een aanbieder van diensten en goederen gebeuren zoveel mogelijk met ten minste twee personen. 7.4. Een bestuurder meldt een situatie waarbij mogelijkerwijs tegengestelde belangen zijn functioneren in het gedrang brengen in het college of de raad. 7.5. Een bestuurder onthoudt zich van deelname aan onderhandelingen c.q. besluitvorming als het gaat om een aangelegenheid die de bestuurder rechtstreeks of indirect persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. 7.6. een bestuurder die een meer dan vriendschappelijke relatie heeft met een ambtenaar of collega-bestuurder of met iemand die anderszins aan de gemeente is verbonden en welke relatie vermoedelijk in strijd met het gemeentebelang is, meldt deze relatie in het college of de raad. Is deze relatie in strijd met het gemeentebelang dan worden er maatregelen getroffen door het college of de raad. Als er binnen de gemeente sprake is van een hiërarchische verhouding én er is een meer dan vriendschappelijke relatie, dan is dit altijd in strijd met het gemeentebelang. 7.7. Een bestuurder fungeert bij juridische geschillen niet als (juridisch) vertegenwoordiger/adviseur van de partij die tegen besluiten van (één van de bestuursorganen van) de gemeente ageert. 7.8. Een lid van het college wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel