8.1. Een bestuurder bespreekt zijn twijfels over de integriteit van ambtenaren of collega-bestuurders zo veel mogelijk met henzelf. Is dit niet mogelijk of leidt dit niet tot resultaat, dan licht hij het college, de raad of de gemeentesecretaris in.

8.2. Een bestuurder is te allen tijde aanspreekbaar op zijn handelen en zijn uitlatingen.