**..** Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.
Inspraak wordt in ieder geval verleend op beleidsvoornemens inzake:
de stads- of dorpsvernieuwing;
ruimtelijke plannen, voor zover het geen plannen betreft als genoemd in lid 4, onder f, van dit artikel;
een besluit tot uitsluiting van welstandstoetsing inzake bouwwerken en standplaatsen.
het gemeentelijk milieubeleidsplan;
een besluit om af te wijken van de verplichting om eenmaal per week huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen of op een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen;
de openluchtrecreatie;
het maatschappelijk en sociaal-cultureel welzijn, waaronder sociale voorzieningen c.a., als bedoeld in de op dit terrein geldende wetgeving;
de Algemene subsidieverordening;
het verkeer en vervoer;
de volkshuisvesting;
het gehandicaptenbeleid;
het integraal veiligheidsbeleid.
Geen inspraak wordt verleend:
ten aanzien van beleidsvoornemens met betrekking tot de interne bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie;
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
indien inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten;
indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is;
inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en de belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
f. ten aanzien van bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, tenzij het een gebiedsbestemmingsplan op schaalniveau van een wijk of groter betreft, en uitwerkings- en/of wijzigingsplannen als bedoeld in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening.