**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld
op:
5% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de eerste categorie;
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de tweede categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de derde categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij
gedragingen van de vierde categorie;
een éénmalig bedrag ter hoogte van de laatste twee maanden
gederfde inkomsten dan wel het gemiddelde van de te
verwachten inkomsten bij gedragingen van de vijfde
categorie.
**2..** De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder a t/m
c en de duur van de maatregel als bedoeld onder d en e worden
verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
**3..** Rekening houdend met de bepaling van artikel 7, vierde lid, wordt de
duur van de maatregel als bedoeld in de tweede lid verdubbeld,
indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
van een besluit waarbij de hoogte of de duur van de maatregel reeds
is verdubbeld opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging
van dezelfde of hogere categorie. Bij een overtreding die binnen een
hogere categorie valt, wordt de zwaarste van de twee sancties
opgelegd waarbij de periode wordt verdubbeld.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2004