De voorzitter stelt de leden van de commissie aan het begin van de vergadering in de gelegenheid mondelinge vragen te stellen aan de aanwezige leden van het college over onderwerpen die liggen op het beleidsterrein van de commissie.
De voorzitter kan, na overleg met de leden van de commissie, bepalen dat de vragen onmiddellijk, mondeling, dan wel op een later tijdstip, schriftelijk, worden beantwoord.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 13a
Vragenuurtje
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies van Bergeijk 2016