Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voor een referendum niet in aanmerking komende besluiten

Onderdeel van Referendumverordening 2005

Over ieder door de raad genomen besluit kan een referendum worden gehouden, met uitzondering van de volgende besluiten: van de raad als beroepsorgaan; tot het voeren van rechtsgedingen; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, schenkingen en kwijtscheldingen; over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers, en hun nabestaanden; in het kader van deze verordening; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; die betrekking hebben op het privaatrechtelijk handelen van de gemeente; waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de ermee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen; waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege in wettelijke regelgeving gestelde termijnen; waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving; ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; welke naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden.

Rechtspraak bij dit artikel