Over ieder door de raad genomen besluit kan een referendum worden gehouden, met uitzondering van de volgende besluiten:
- - van de raad als beroepsorgaan;
- - tot het voeren van rechtsgedingen;
- - over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
- - over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, schenkingen en kwijtscheldingen;
- - over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers, en hun nabestaanden;
- - in het kader van deze verordening;
- - over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;
- - over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;
- - die betrekking hebben op het privaatrechtelijk handelen van de gemeente;
- - waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de ermee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen;
- - waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege in wettelijke regelgeving gestelde termijnen;
- - waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving;
- - ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;
- - welke naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
- - waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden.