Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Inleidend verzoek en definitief verzoek

Onderdeel van Referendumverordening 2005

1.. Kiesgerechtigden, in aantal tenminste gelijk aan 5% van het totaal aantal kiesgerechtigden bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad, kunnen binnen drie weken nadat de raad een besluit heeft genomen bij het college schriftelijk een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over dat besluit. 2.. Het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, dient vergezeld te gaan van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, geboortedatum en woonplaats. In het verzoek dient nauwkeurig te worden aangegeven om welk raadsbesluit het gaat. 3.. De in het tweede lid bedoelde gegevens dienen te zijn geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten. 4.. Na afloop van de in het eerste lid gestelde termijn onderzoekt het college binnen twee weken of het inleidend verzoek binnen de termijn is ingediend, of het verzoek door voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden wordt ondersteund en of het verzoek een onderwerp betreft als bedoeld in artikel 3. 5.. Indien het inleidend verzoek niet binnen de termijn is ingediend, of niet door voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden wordt ondersteund, of indien er sprake is van een onderwerp als bedoeld in artikel 3, verklaart het college het verzoek niet-ontvankelijk. 6.. Indien het inleidend verzoek binnen de termijn is ingediend, door voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden wordt ondersteund en geen sprake is van een onderwerp als bedoeld in artikel 3, stelt het college de kiesgerechtigden in de gelegenheid een definitief verzoek in te dienen bij de raad, welk verzoek moet worden ondersteund door een aantal kiesgerechtigden dat tenminste gelijk is aan 8% van het totaal aantal kiesgerechtigden bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad. 7.. Het verzoek, bedoeld in het zesde lid, moet zijn gedaan binnen vier weken na de ingelegenheidstelling door het college, zoals bedoeld in datzelfde lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 8.. Indien het definitief verzoek niet binnen de in het zevende lid gestelde termijn is ingediend, of niet voldoende wordt ondersteund door handtekeningen van kiesgerechtigden, verklaart de raad het verzoek niet-ontvankelijk. 9.. Indien het verzoek binnen de in het zevende lid gestelde termijn is ingediend en voldoende wordt ondersteund door handtekeningen van kiesgerechtigden, overweegt en besluit de raad aangaande het houden van een referendum. De raad kan zijn beslissing uiterlijk tot de volgende raadsvergadering verdagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel