1.. Bij de voorlopige toekenning bedoeld in artikel 10 stelt het college de bijdrage als bedoeld in het eerste lid van artikel 4 vast op

  • - 20% van de subsidiabele kosten, indien de aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijk monument;
  • - 40% van de subsidiabele kosten, indien de aanvraag betrekking heeft op een molen.

2.. De met in achtneming van het eerste lid berekende bijdrage bedraagt niet meer dan € 10.000.

3.. Indien de aanvraag betrekking heeft op een bijzonder geval als bedoeld in het tweede lid van artikel 2 stelt het college de bijdrage vast op 20% van de subsidiabele kosten, doch niet hoger dan € 50.000.