Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 11

Tweede fase

Onderdeel van Verordening klachtbehandeling Goeree-Overflakkee

1.. De commissie bevestigt de ontvangst van de klacht schriftelijk en vermeld dat zij over de klacht zal adviseren. 2.. De commissie stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, in de gelegenheid te worden gehoord. 3.. Klager en beklaagde worden in beginsel in elkaars aanwezigheid gehoord. De commissie kan – al dan niet op verzoek van klager of beklaagde – besluiten hiervan af te wijken. 4.. Indien de commissie niet afwijkt van het in het derde lid geformuleerde uitgangspunt, is de beklaagde verplicht op de hoorzitting te verschijnen. Uitzondering hierop vormt de situatie waarin de klager niet in beklaagdes bijzijn gehoord wil worden. In dat geval kan de beklaagde ervoor kiezen om zijn feitenrelaas schriftelijk bij de commissie aan te leveren. 5.. Voor het houden van een hoorzitting is vereist, dat de (plaatsvervangend) voorzitter en ten minste twee (plaatsvervangend) leden aanwezig zijn. 6.. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid van de commissie in gevallen waarin horen in de in het vijfde lid genoemde samenstelling niet mogelijk is of niet gewenst is. 7.. Indien nodig worden getuigen gehoord. Ambtenaren of personen werkzaam voor de gemeente die als getuige worden opgeroepen zijn verplicht hieraan gehoor te geven. 8.. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 9:10, tweede lid, van de wet. 9.. Indien de voorzitter op grond van het achtste lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de klager en het betrokken bestuursorgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel